In 1956 werd Nederland geteisterd door een ernstige polio epidemie. Er bestond toen nog geen vaccin ter voorkoming van deze ziekte. Besloten werd een Fonds op te richten ter bestrijding van kinderverlamming. Toen prinses Beatrix in 1957 beschermvrouwe werd, kreeg het Fonds haar naam.
Het Fonds richtte zich op het inzamelen van geld voor de revalidatie van de slachtoffers en voor wetenschappelijk onderzoek om de ziekte te bestrijden. Toen het vaccin eenmaal gevonden was richtte het Fonds zich op het overwinnen van andere spierziekten en bewegingsstoornissen, zoals de ziekte van Duchenne, ALS en Parkinson.