Vanaf 19 december 1925 viel er veel regen in Nederland, wat in combinatie met het smeltwater van de sneeuw uitzonderlijk hoge waterstanden in de Maas, Waal en Rijn en de zijrivieren tot gevolg had Dit leidt begin 1926 tot grote overstromingen in dit gebied. Toen het op 23 januari begon te vriezen, veranderde het in een grote ijsvlakte. Er werden verschillende collectes voor de slachtoffers gehouden, en ook werden briefkaarten uitgegeven waarvan de opbrengst ten goede aan de slachtoffers kwam.